Natuurbehoud: mijn visie gewijzigd

Ik ben al meer dan 40 jaar bezig met natuurbehoud en natuurbeheer. Na een periode waarin ik zelf allerlei beheer-projecten mee indiende en zelfs af en toe uitvoerde, kwam sinds een jaar of vijf een tijd waarin ik vooral les gaf over natuurbeheer.

Tof, maar af en toe eens terugblikken kan zeker ook geen kwaad.

Peter Wohllebens “het Verborgen leven van bomen” heeft mijn visie op het natuurbehoud bijgestuurd: natuurbeheerders moeten volgens mij meer inzetten op natuurlijke processen.

afgraven-in-damme-natuurpunt-20160810-f-anoniem
Graafwerken in Damme, augustus 2016. Foto Natuurpunt.

De kapitaalgedreven en projectmatige aanpak – elk natuurreservaat moet binnen 5 jaar “hersteld” zijn – laat de natuur weinig kans om zichzelf te zijn. Maar het middel – herstel – mag geen doel worden, zoals nu nogal eens het geval.

Ik zoek via Google op natuurinrichting en kom al snel op een aantal projecten, o.a. van Natuurpunt, waarin stukjes natuur worden vergraven. Lokaal situaties terug rechttrekken is zeker geen slecht idee, maar het ware toch beter mochten herstelmaatregelen beter en meer worden uitgevoerd binnen een ruimte waarbinnen de herstelde soorten of habitats of processen terug kunnen uitbreiden … zónder menselijke sturing.

Referenties

Anon. 2016. “17 ha natuurinrichting in Damme afgerond”. Natuurpunt. 10 augustus 2016. https://www.natuurpunt.be/nieuws/17-ha-natuurinrichting-damme-afgerond-20160810.
Wohlleben, Peter. 2016. Het verborgen leven van bomen: wat ze voelen, hoe ze communiceren- ontdekkingen uit een onbekende wereld. Vertaald door Bonella van Beusekom. Standaard Uitgeverij.
Advertenties

Over het gebruik van hoofdletters voor soortnamen, een bezigheid van omhoog gevallen wetenschappers

Af en toe heb ik ook al eens recht op een mening.

Wel hier zie: het hoofdlettergebruik bij de aanduiding van soortnamen van dieren en planten.

(en inderdaad: ik wéét dat er nog andere rijken zijn dan dieren en planten, maar dat doet hier niet terzake, stelletje wijsneuzen)

Enkele bedenkingen:
  • ik gebruik in al mijn professionele presentaties en werkzaamheden géén hoofdletters voor soortnamen. Ik schrijf dus “de grote bonte specht pikte de kleine bonte specht op d’r kop”.
  • in Taalunieversum, een referentie op het gebied van Nederlandse taal, wordt gezegd: géén hoofdletters, zelfs niet voor van persoonsnamen afgeleide namen zoals przewalski-paard –> https://taaladvies.net/taal/advies/vraag/1142/dier_plant_en_fruitnamen_hoofdletters/
  • er is nog nooit in de geschiedenis van de mensheid iemand geweest die zich afvroeg: “is een grote bonte specht een bonte specht die groot is of is het een soort met de naam ‘grote bonte specht'”.
  • een tekst staat nooit los van context: een grote beer in Vlaanderen zal wel door iedereen als een vlinder worden aanzien (behalve door mensen die er niks van kennen, maar die zullen dan wschl ook niet denken aan een beer). En als je een opsomming geeft van de dieren in Yosemite National Park schrijf je ook niet: “sequoiadendron, stierkikker, een grote beer en een noordelijke dwerguil” (waarbij je bedoelde dat die dwerguil wel erg noordelijk voorkwam)
  • gebruik van hoofdletters in een lopende tekst wordt als “remmer” beschouwd in alle presentatie-technieken-sites en lezingen die ik al heb bijgewoond.

Kortom – en laat het bij deze geweten zijn – het gebruik van hoofdletters in soortnamen is een vorm van nodeloos pretentieuze “wetenschappelijkheid” waarmee de kloof tussen wetenschap en de “gewone” mens alleen maar wordt vergroot.

Paddenstoelen, de viezeriken

Paddenstoelen zijn de schimmels van onze wereld, smerige saprofagen, vieze heterotrofen en chlorophylloze klootzakken. En terwijl een beetje hoger organisme zich met zaden voortplant, beperken ze zich tot zielige spoortjes. En secundaire weefselgroei dan? Vergeet het. Zielig, écht zielig.Jens Verwaerde

(Naar aanleiding van een bericht van Natuurpunt in de herfst van 2018, dat de bezoekers ertoe aanzet om paddenstoelen te leren kennen).

Bomen aanplanten: een vergeten onderdeel van het Verdrag van Versailles

Na Wereldoorlog I werd onder andere Duitsland verplicht tot het betalen van schade die het had aangericht in Europa.

kapotte mijngang na wereldoorlog I

Een eis die door de geallieerden werd gesteld: dat Duitsland zaden beschikbaar stelt om de ontboste gronden terug te laten inzaaien met bomen. Volgens mijn informatie zou een (groot?) deel van de beuken, die we nu in onze parken of bossen aantreffen, dateren van die periode.

Iets tegen wolven

In een centrum over gieren in de Cevennes werd gewag gemaakt van de strijd van lokale mensen tegen van alles dat ze slecht vonden: gieren, wolven, raven, …

In 1766 werd volgende combinatie gebruikt tegen wolven: een mengeling van nux vomica (strychnine), gemalen glas, herfsttijloos en een met vet doordrenkte spons. Dit boeltje werd dan in het kadaver van een (ander) dier gestopt en dan was het maar wachten dat de wolf dit boeltje zou opeten…

animal eyes wolf view
Foto door Pixabay op Pexels.com

Schrijven naar schrijvers die schrijvers aanschrijven

Zonder veel uitleg — ik moet aanstonds ergens gaan eten met de kinderen en vervolgens naar de voetbal gaan kijken — hierna een bericht dat ik stuurde naar de schrijfsters achter “This is how we read”.

 

Deze weerslag is vooral bedoeld om te vermijden dat ik zelf zou vergeten.

 

 

==== aan This is how we read ====

 

Ik weet niet hoe ik op “this is how we read terecht ben gekomen”. Ik weet alleen dat die pagina al heel lang in mijn browser staat aangeduid, zo bovenaan, zodat ik er snel heen kan. Net zoals de NMBS-site, mijn bank, de Flora Neerlandica en een (nog nooit echt bezochte) site over het gebruik van Blender (niet: een blender, hé).

Maar vandaag ben ik er dus even op terecht gekomen en ik heb alleen maar een stukje gelezen over de terugkomst van een vriend (?) van één van jullie drie dames. Schrijvers intrigeren me — ik doe het zelf ook met graagte — maar vreemd genoeg lees ik relatief weinig zélf. En het verhaal over de in Zaventem aankomende vriend intrigeerde me.
Elke zin riep verwachtingen op, maar — en hier ga ik eerlijk zijn — eens gelezen heeft het geheel een wat té zachte indruk nagelaten.
Maar omdat ik zelf elders op uw site iets las over het schrijven naar schrijvers én … omdat ik graag schrijf … én omdat mijn mening ook maar een mening is (waar u zich dus terecht geen zak van hoeft aan te trekken) bij deze toch: uw site en enkele van de erop verschenen teksten blijven intrigerend, maar mijn verwachtingen situeren zich hoger.

Laat dit soort commentaar van iemand uit het Antwerpse u echter er niet van weerhouden voluit te gaan in het beschrijven van terugkerende lieven, cheesecakes met bosbessen en aangeschreven schrijvers.

Leve de literatuur!