Praten met je oven

„Slimme ovens bestuur je met een app of zelfs met spraakcommando’s. Dylan bekijkt of het hem met deze oven wél lukt om een goede lasagne op tafel te zetten.” lees ik in een reclameboodschap van een bedrijf dat zich tooit met de woorden „koud” en „blauw”.

Soit-disant.

Wie die Dylan is, zal me worst wezen – pun intended. En ik wil ook niet per se de ouwe zeur uithangen, die nog is geboren in een tijd waarin er niet tegen ovens kon worden gepraat. En ik wil heus wel proberen iets te vreten uit een door u aangesproken oven waaruit u een lasagne, moussaka of voor mijn part schuimomelet hebt gesleurd. En ik zal dan met enige mildheid vaststellen dat het best wel te tolereren valt, uw voer.

En ja, mijn betoog is dat van een zagevent die midden Corona lockdown-toestanden tijd en inspiratie vindt om luisterende ovens te becommentariëren.

Méén je dat: een oven die luistert?

Flikker je daar dan een (dode) kip, een geut melk, wat bloem, champignons, een blok boter en een scheut witte wijn—altijd een vlotte smaakverbeteraar voor élk eenpansgerecht? Kwak je dan het deurtje dicht en roep je dan:

„OVEN (luid), maak mij vanavond eens een koninginnehapje”

De oven: „Goeiemiddag, bedankt dat je voor mij hebt gekozen. Wil je je vraag herhalen, want ik heb het niet begrepen. Bedoel je ‘vispannetje’?”

Jij: „Neen, ik bedoel een koninginnehapje. Zo met bladerdeeg, een roux en van die gehaktballetjes.”

De oven: „Goeiemiddag, ik beschik niet over de juiste informatie. Mag ik u voorstellen een diepvriesmaaltijd ‘Preischotel met hesp’ te bereiden?”

(KNAL, KADANG) (geluid van dicht slaande ovendeur, gevolgd door het neervallen van de klink op de stenen keukenvloer)

Hamer van een pistool met vuursteen

De sappen stromen na het gewelddadige sluiten eruit en bezoedelen de kast onder je oven, waar je je veganistische bonen, linzen en wat-ik-al-niet-weet-uit-de-mycologische-wereld-der-fermentatie bewaart.

En hoor je dan, terwijl je de sbrodsj op de grond aan het wegdweilen bent, de oven boven je vragen:

„Goeiemiddag, ik zie dat u met een probleem kampt. Mag ik u uitnodigen tot het voeren van een gesprek? Gelieve met ‘ja’ of ‘neen’ te antwoorden: bent u gelovig?”

(KA-KNAL) (geweer waarmee je jezelf afschiet omdat je je zo dom hebt laten verleiden tot de aankoop van dit stuk technologie (mét echo zoals dat in de film altijd is te horen))

(EINDE)

Amnesty International’s schrijfdag

België, 5 november 2020 16:23

‘t Is weer zover: schrijfdag van Amnesty International.

Krijgen we per post een pakketje voorgekauwde brieven en kaartjes, die je moet overschrijven opdat de ontvanger ervan—meestal één of andere minister—zijn fout inziet en de betrokken gevangene of veroordeelde vrij laat. Ik lees trouwens die voorgestelde brieven altijd goed na en maak gewoonlijk enkele aanpassinkjes, zodat hij een meer persoonlijk karakter krijgt.

“Per post”, want dit jaar organiseert A.I. géén schrijfdag in het café op de hoek. Corona, weet je wel. En met deze vermelding hoop ik dat trending virus de laatste keer te hebben uitgesproken dit jaar. See you in January.

Onder “aanpassinkjes” mag u, lezer dezes, niet begrijpen dat ik de bedoelingen van het schrijfsel omkeer. U zal me dus niet weten schrijven “Meneer de president, ik schrijf u omdat ik vind dat Jani uit Bolivië (of Magdan uit Indonesië of Henri uit Schotland—vul zelf maar in) wél in de gevangenis moet blijven. In tegenstelling tot wat die van Amnesty beweren wil ik dat Mahmad uit Bangladesh wél terecht in elkaar is gemept door uw politiediensten.” En ik zal een president ook niet aanschrijven met “hé, André” (ervan uitgaande dat die president in familiale kring als “André” wordt aangesproken). Dát soort strapatsen zal u me dus niet weten schrijven. Laat dat duidelijk zijn en laat u niet verleiden tot tegenovergesteld denken.

Ik ben geen debiel, hé.

Schrijfdag dus. Een dag waarop ik als sympathisant wordt verondersteld brieven en kaartjes te schrijven voor en over mensen, die rechten verdedigden of die een toek hebben gekregen op hun bakkes terwijl ze daar helemaal niet om vroegen. Terwijl ik—laat ons eerlijk zijn—die mensen van toeten noch blazen ken. Voor mijn part bestaan die niet echt. Maar hetzelfde kan natuurlijk gelden voor die zeven miljard minus ongeveer duizend ándere mensen, die ik ook niet ken. Bedenk ik me nu even.

Terzake: ik grijp mijn geliefde pen en grabbel uit de beschikbare brieven eentje voor een zekere Germain uit Burundi. Die zit, dixit A.I. voor 32 jaar vast voor zijn mensenrechtenwerk. Zal wel, denk ik en ik begeef me ter tafel voor het uitschrijven van een brief die A.I. aan de bevoegde instanties zal overhandigen teneinde Germain uit Burundi vrij te krijgen.

Ziet er op de bijgeleverde foto best sympathiek uit, die Germain. Mooie tanden, die mij alleen maar jaloers maken én … wat me nog meer jaloers maakt: op de achtergrond kalme golfjes van een meer—Burundi grenst niet aan een zee maar wél aan een meer, weet ik—waar mogelijk cichliden en andere Afrikaanse dieren in rond zwemmen. Die golfjes veroorzaken—zo hoor ik het voor mij—een zachte, aangename ruis. Of er wieren in dat meer groeien, weet ik niet, maar mijn botanische achtergrond doet me vermoeden van wel. Sommige mensen hebben écht geluk, denk ik als ik hier naar de koude herfstlucht staar terwijl het enige geruis dat ik hoor voortkomt van de Antwerpse ring.

Maar we dwalen af.

Germain dus. Veroordeeld én gevangen omdat sommige figuren binnen de overheid zijn kritische uitspraken—of is het zijn loutere bestaan als mens—niet willen tolereren. “Den bak in”, denken ze daar. Zoals ze dat op veel plaatsen denken. Zoals er ook in ons landje rechts volk is dat vindt dat iedereen die anders denkt den bak in moet. Of iedereen waarvan zij denken dat die anders denkt. Of iedereen waarvan ze vermoeden dat die mogelijk ooit anders zal denken dan zij denken.

Gesterkt door een je-dient-beter-je-baas-door-te-doen-wat-ie-zegt-dan-zelf-na-te-denken mentaliteit hebben ze Germain opgepakt en proberen ze hem kapot te krijgen. Of gewoon omdat sommigen het gewoon fijn vinden om, vergezeld van ingepakte en bewapende collega-agenten of would-be-agenten in te meppen op gewone mensen. Intimideren moet een fijne hobby zijn én je wordt er nog voor betaald ook. Toegegeven, dat loon van zo’n Chileense agent zal niet zijn om over naar huis te schrijven—pun intended—maar toch beter dan dat van een cacaoboer die bonen moet kweken om in wereldwinkel-chocolade te draaien die ze dan in van die petieterige reepjes verkopen in een ver, mistig, koud land waar je misschien wel mag betogen, maar waar je niet kan genieten van een rustige kustlijn. Omdat ze die kustlijn hebben vol gebouwd met appartementen, waar Covid19-vluchtelingen annex shopping-adepten heen reizen in het weekend om daar de stadsdrukte te ontlopen. Gezellig van café naar café struinen tussen Blankenberge en Oostende, hier en daar een ijsje of wafel of taartpunt of koffie of bier-uit-een-Kempense-abdij mee pikkend. Want we hebben dat verdiend, hé.

Ik dwaal weer af: terug naar de Germain. Daar moet ik nu voor zorgen: door te schrijven Germain vrij krijgen.

Even ertussen. Weet u, beste lezer, dat ik lang geleden—ik was toen nog jong van geest—dacht dat de Schrijf-ze-Vrij-dag, een dag als deze dus, eigenlijk las als de “schrijfse vrijdag”? Ik hoorde dat begrip immers voor het eerst van een meisje waarop ik toen verliefd was—dit terzijde—en zag het nooit uitgeschreven. Voor mij zal het dus altijd de Schrijfse Vrijdag zijn.

Edoch, het is nu donderdag. En Trump of Biden zijn nog altijd niet verkozen. En ik heb nog altijd mijn pen niet genomen, noch ben ik begonnen Germain vrij te schrijven. Ik ga u, beste lezer, dan ook even laten en zet me aan het verontschuldigend schrijven.

Maar eerst m’n pen vullen, want die van A.I. gaan me er niet van weerhouden om liever Germain vrij te schrijven met een gevulde pen dan met zo’n goedkope balpuntpen.

(Pauze) (Schrijft 3 brieven)

Drie brieven geschreven. Lijkt me voldoende moeite gedaan om de wereld te redden vandaag. Altijd fijn als ik iemand kan redden terwijl ik Spaans of Frans schrijf. Tijd om nog eens naar een aflevering te luisteren van Theme Time Radio Hour van Bob Dylan.

Om me enkele minuten later af te vragen wat er met Germain nu gebeurt. Wat er met Germain gebeurt als ‘ie, na het ontvangen door de president van mijn brief, wordt vrijgelaten. Gaat die dan aan de kust van het meer van Burundi shoppen—mezelf eens goed verwennen, zie, want ik heb het verdiend? Of gaat die gewoon terug naar huis, het keukenkastje installeren dat hij al jaren belooft om te installeren? Er zijn in Burundi geen IKEA’s, weet je.

Stel je voor dat die Germain hier op een donderdag in de niet zo verre toekomst gewoon aan de deur aanbelt. En dat die zegt: “hallo, ik ben Germain en u hebt me vrij geschreven”. En dat blijkt dat diens gebit helemaal niet zo mooi is als op de foto van Amnesty International. Dat hij eigenlijk nogal brutaal is, een fan van vrijgezellen-met-borsten-en-billen-programma’s en dat hij tijdens het gesprek over zijn en mijn leven te kennen geeft dat hij bij Burundese gezelschapsspelletjes ab-so-luut niet om kan met verlies. En dat hij dan komt vragen aan mij of ik hem niet wil helpen met het plaatsen van dat keukenkastje “want hij heeft gelezen dat ik zo goed zelf constructies van hout kan maken”. En dat ik dan moet toegeven dat ik er (verdomme) helemaal geen zin in heb, om naar Burundi af te zakken om daar zo’n kastje in elkaar te flansen, hoewel ik besef dat er inderdaad een groot gemis is in dat land als het aankomt op goedkope meubelzaken.

En dat ik dan wat schrik heb dat al die mensen die ik heb vrij geschreven hier plots aan de deur verschijnen en mij vragen om hen te helpen met huishoudelijke klusjes, omdat ze inmiddels te weten zijn gekomen dat ik inderdaad nogal wat huishoudelijke klusjes zélf klaar.

Dat bedenk ik dan op zo’n schrijfdag. Misschien ga ik toch maar eens overwegen om zelf niks meer in het huishouden te doen, maar van Kromme Naas te gebaren en bij het minste een technieker of een aannemer in te roepen.

Jens Verwaerde

schreef

De stijgbuis

Ik zocht naar een onderdeel van een vaatwasser, die ik aan het repareren ben bij ons thuis en botste op een site met … onderdelen. Alleen, op die site werd gesuggereerd: “wees de eerste om een review te schrijven”.

Heb ik dus gedaan, zoals de site electrovakman.nl me voorstelde.

“Dit is het beste toestel ooit door een mens uitgevonden. Het water stroomt vlot van beneden naar boven en besprenkelt vervolgens de vaat op de meest subtiele wijze.Ik heb er al meerdere uren plezier aan beleefd: dat zálige geluid van de roterende vaatwasserarmen, die “tsjing”-klank als het water een inox pot raakt, rythmisch. Ik kreeg er bijna de tranen van in mijn ogen.Ik kan iedereen alleen maar aanraden om in grote getale dit onderdeel te kopen. Het staat niet alleen goed in de vaatwasmachine, maar verdient zeker ook een plaatsje op de schoorsteenmantel of … wie weet … op het nachtkastje.”

Wie schrijft er nu een review voor een stijgbuis?

Herinneringen moeten gelogen zijn

Vandaag werd een wat meer gecomprimeerde “Einde van de Wereld” uitgezonden, of beter: beschikbaar gesteld via het internet. Dit radioprogramma volgde ik zondag-avonden in de jaren ’90.

En hoor ik, via mijn oud-leraar Ronny Verheyen — hij gedraagt zich op het internet als Ronald Verheyen, maar ik ken hem als meneer Verheyen — dat hij daar ook aan meewerkte. Die herinnering was verdwenen.

Maar wat zijn herinneringen anders dan de leugen die je geest maakt van je eigen leven en gekoesterde verlangens en herinneringen?

Ik voelde tijdens het beluisteren ervan de neiging om op mijn gitaar te gaan spelen. Vooral het “Campesino”, oorspronkelijk van Atahualpa Yapanqui zette me aan om op mijn klassieke gitaar wat te improviseren.

Ik kijk al uit naar het nostalgische gevoel dat ik zal overhouden wanneer ook dit zal gepasseerd zal zijn. Herinneringen moet je koesteren en er zelfs leugens over beginnen denken. Herinneringen moeten een mythische status krijgen in de geest van de herinneraar.

De Corona-fielt

Hij stapt naar het raam aan de straatkant van zijn appartementje en opent de grendel. Het raam opent en stadslucht stroomt zijn hol binnen.

Hij kucht. Expres.

Kon hij maar wat harder kuchen, denkt hij, zich een verkoudheid herinnerend van enkele jaren geleden, toen hij nog Bastos pafte. Maar neen, de gesubsidieerde rookstop-therapie heeft hem de vreugde ontnomen van de deugddoende kuch annex rochel die het beëindigen van een sigaret vergezelt. Door niet meer te roken zijn ‘s mans longen dermate vrij geraakt dat hij nu moeite moet doen om in afwezigheid van een verkoudheid te kunnen kuchen op commando.

Rochelen dan, dat is misschien nog iets wat hij zou kunnen proberen. Vanop zijn balkon op de tweede verdieping een random geprojecteerde fluim naar beneden laten zweven, dát lijkt hem wel iets. En daar beneden zou tóch niemand omhoog kijken, het gevaar inziende. Want hij heeft geleerd tijdens een of andere schrijf-efficiëntie-cursus dat mensen bijna altijd volgens een vast patroon denken en kijken, zelden out-of-the-box kijken en dus tijdens een wandeling nooit hoger kijken dan wat zich op ooghoogte afspeelt. En zo heeft hij, vanop zijn balkon, overigens al herhaaldelijk bestuurders opgemerkt die met hun rechterhand aan de smartphone of de billen van hun lief prutsten.

En de politie? Die doet daar niets aan.

Hij schraapt wat moed bijeen én speeksel. De opbouw van zo’n rochel, dat is belangrijk. Want een té kleine fluim dreigt door de langs de gevel stromende wind deze af te buigen en zelfs, god verhoede, terug te blazen in zijn eigen richting. Té groot zal ditmaal niet lukken, want, zoals al geschreven, zijn rochelvoorraad was onvoldoende.

Hij beseft dat hij een goede inschatting zal moeten maken van het moment waarop zijn vallende fluim en het wandeltraject van de toevallige passant elkaar zullen kruisen. Erg moeilijk, want hij kan niet onder zijn balkon kijken waaronder het slachtoffer aanstonds zal stappen.

Hij moet dus wat rekenen op het verspreiden van de fijne druppeltjes, iets waarover hij in een artikel op de nieuwsberichten-site heeft gelezen. Eén hoest zou 3.000 druppels verspreiden, zo staat er op die website van de overheid. Het verbaast hem overigens dat de wetenschappers, die dit hebben onderzocht, tot een dergelijk getal zijn gekomen en vraagt zich af waarom het zo’n mooi, afgerond getal is.

Drieduizend.

Waarom kan een hoest geen 2.836 druppels opleveren? En waarom zou de hoest van de steuntrekker twee appartementen verder niet 7.552 druppels bevatten? En zouden vrouwen en mannen evenveel druppels hoesten?

Deze gedachtestroom leidt hem enigszins af van zijn missie: het raken van een zogenaamd onschuldige passant, goed beseffende dat, bottom line, geen enkele medemens zonder schuld is.

Want het weze duidelijk: hij ervaart weinig onschuld bij medemensen. Zijn leven heeft empathie ontweken, zijn levensvisie wordt gevoed door empirische misantropie. “Empirisch”, want hij heeft zélf vastgesteld dat de mens over ‘t algemeen waardeloos is, gaat lopen met door hem betaalde belastingen, gebruik maakt van verloven, compensatie- en vakantieregelingen allerhande waardoor het park tegenover hem hele dagen vol loopt met goed betaalde, gesubsidieerde bedienden uit de social profit-sector.

Heeft hij daar ooit iets aan gehad, aan dat linkse tuig dat liever migranten gaat opvissen in de zee? Heeft hij ooit een burnout of surmenage gehad, een hele keten op gang brengend van therapeuten, adviseurs, begeleidingstrajecten, artsen en wie-nog-allemaal omdat meneer of mevrouw het werk te zwaar vindt? Hij heeft nog nooit zo’n bakfiets rijdende schmuck anders geweten dan als uitvinder van regels om afval te moeten sorteren in zeventien verschillende zakken, regels om de hond niet meer los te mogen laten, regels om zijn CO2-uitstoot te beperken, regels om zijn gat te mogen afvegen, regels om zijn gat te moeten afvegen.

En nu dan: die zogenaamde corona-crisis. “Crisis, mijn gat!”, heeft hij al meermaals gedacht wanneer hij tijdens het zappen alweer terecht komt op de zoveelste dramatische journalist die, één of ander ziekenhuis op de achtergrond, komt vertellen dat er wéér eens 807 losers uit Italië het hadden opgegeven, dat er in Spanje wéér eens een paar duizend zogenaamd besmetten zijn opgedoken. Spanje, het land waar je als gelukzoeker uit Afrika vrolijk kan binnen varen en waar het geld naar uw kop werd gesmeten. Gesubsidieerd door Europa!

Maar hij moet opletten: in de verte nadert een man, die druk aan het telefoneren is.

Een oefening? Nodeloos, want hij kan toch niet beneden gaan checken wanneer zijn fluim juist op ooghoogte het pad van een potentiële voetpadganger zou kruisen. Het zal dus een kwestie zijn van goed inschatten, hopen én … drieduizend druppeltjes.

De man stapt traag, “iets” lullend tegen zijn smartphonescherm, af en toe vegend over dat vermaledijde communicatiemiddel als hangt er snot op.

Nog zo’n zevenendertig meter en het is zover.

Hij begint alvast kauwbewegingen te maken teneinde de beschikbare voorraad op te drijven.

Veertien meter en het slachtoffer schakelt over op een ander gesprek. Een diepe snuif en er schiet wonderwel een geschikte brok mee in zijn voorraad.

Klaar?

Hij begint alvast zijn lippen te tuiten en buigt zich wat over de balustrade.

KLAP, KLAP, KLAP, kadaboem, TUUT TUUT.

Plots stappen buren op balkons, hoort hij van overal applaus, getoeter en zelfs tromgeroffel. Hij wordt opgeschrokken door handengeklap dat, zo blijkt als hij het raam naar de straat verder opent, afkomstig is van zowel buren als overburen. Zelfs enkele autobestuurders schijnen het nodig te vinden in een aleatorisch ritme te claxonneren.

Wat. Is. Dat?

Hij kijkt opzij naar die van twee huizen verder. Die hebben zelfs een laken buiten gehangen en staan, vriendelijk glimlachend, zelfs naar hem te kijken. En ondertussen maar klappen. Hij kan niet anders dan terug glimlachen, maar beseft dat zijn getuite mond deze glimlach enigszins vervormt tot een grimas. Dat beseft maakt hem nog meer bewust van de domheid van zijn omgeving: glimlachen naar buren waarmee je nooit een zinnig gesprek hebt willen voeren, hoe stom kan de wereld zijn?

Acht uur en vier minuten, dat is het nu. En het besef dringt tot hem door dat al dat applaus, dat tromgeroffel en die buitenstaande buren iets te maken hebben met een soort bedankings-evenement ten voordele van verzorgers. Voor de corona-crisis.

Daar hebben ze wél tijd voor, om om acht uur ‘s avonds wat te staan klappen voor mensen, die godverdomme tóch in geen velden of wegen te bekennen zijn omdat ze, zoals het hoort, aan het werk zijn. Want die worden daar toch voor betaald, om zieken te verzorgen en corona’s te bestrijden? Moeten we nu al gaan klappen voor iedereen die zijn job goed doet?

Hij slikt noodgedwongen de gegaarde fluim terug in. De buren kijken immers.

En die vent is inmiddels al achttien meter verder onder zijn balkon verder gewandeld.

Klotedag! Zoals overigens de meeste andere dagen ook. En dan hebben ze ook nog eens beslist om “Thuis” vroeger te laten eindigen. En in de krantenwinkel moet hij óók al twaalf meter laten tussen hem en andere klanten als hij zijn krab-lotje wil kopen.

Dat krabben, dat moet thuis gebeuren. Ontsmet.

Genoeg gedichten: dag

Stop nu toch eens met dat pathetisch gezeik
Over gedichten, een kleuter gelijk
Ga wat schrijven, swipen of foto's trekken
Maar laat mij met rust
En voor de rest moogt ge verrekken
Mijn kloten, tijd dat ge ze kust!

Gedichten, de beerput van 's mens' geestelijk geklaag
Stopt ermee, morgen noch overmorgen, néén: VANDAAG!

Dit schreef ik op mijn facebook-pagina naar aanleiding van een eerder bericht van een collega over de gedichtendag.

Son cubano: de tres, de cuatro, zes en negen snaren

Ik zoek wat op over de Son Cubano, een bepaalde muziekstijl waarop de Guajira gebaseerd is en waarin ik me wat wil verdiepen.

En wat lezen we in Wikipedia? (ongeveer) “The tres (3) is a three-course chordophone of Cuban origin. The most widespread variety of the instrument is the original Cuban tres with 6 strings. Its sound has become a defining characteristic of the Cuban son and it is commonly played in a variety of Afro-Cuban genres. In the 1930s, the instrument was adapted into the Puerto Rican tres, which has 9 strings and a body similar to that of the cuatro (4?).”

Drie, zes, negen snaren, al dan niet in duo. Intrigerend, die muziekinstrumenten.

’t Is goed graven in je televisiegeheugen

De allereerste televisiereeks waar ik me nog iets — maar dan ook écht: iets — van kan herinneren, zijnde de openingsbeelden, is: Barrier Reef.

Naar ik van mijn ouders vernam, was ik ook verhangen aan Daktari, maar daarvan herinner ik mezelf niets meer. Zondagavond, als we hadden gegeten bij vokke en moeke (mijn grootouders langs moeders kant) werden we weg gestuurd net voordat “Planet of the Apes” begon, waar ik slinks wél nog enkele fragmenten van kon meepikken. Nadien kwamen Battlestar Galactica en dergelijke, ditmaal met een groter bewustzijn.

Barrier reef

Openingsbeelden van Barrier Reef

De Vee Er Tee

Ik durf al eens een Grote Onbekende aanschrijven. Wie weet wordt mijn brief gelezen door een door efficiëntieverhoging, besparingen, functioneringsgesprekken en rechts tuig belaagde journalist of andere radiomaker. En wie weet steekt het deze mensen een riem onder het hart. Denk ik dan.

Vandaag schreef ik zo’n brief naar de VRT. Aanleiding: ik wilde de VRT-app beoordelen. Dat ging dus niet. Geen drama, maar voor mij aanleiding om een constructieve brief te poneren. U kan mee genieten, indien gewenst.

Het is wat vreemd dat ik me tot de ombudsman moet richten voor mijn vraag, maar op jullie eigenste website staat bij contact > hebt u een vraag >  nieuwsombudsman behandelt onafhankelijk vragen, opmerkingen en klachten.


Maar dat was niet mijn probleem.


Ik keek daarnet op mijn smartphone naar de VRT-app, die ik overigens erg goed vind. Ik werd ergens — maar vraag me niet meer waar — aangezet om “de app te beoordelen”. Dat was echter nergens mogelijk of minstens heel onduidelijk. Met andere woorden: ik kreeg wél somtijds nutteloze opmerkingen te lezen van personen die meenden hun kleine frustraatietjes te moeten uiten op de beoordeling, maar kon zelf nergens de 4 sterren, die ik wilde geven, toekennen.

Om het dan toch ineens concreet te maken en aan te geven waarom uw app géén 5 sterren krijgt van mij, maar “slechts” 4:

– ik vind nergens een zoekfunctie op de app. Nochtans zou dat handig kunnen zijn als ik bijv. een eerder door mij gelezen artikel over katten wens terug te vinden door het woord “katten” als zoekterm in te voeren. Dat zoeken is me dus niet gelukt.

– ik wordt zenuwachtig van al die vervelende en zelden duidende artikels bij “net binnen” die gaan over deze of gene voetbalshmuck die beslist heeft, of op het punt staat om te beslissen om een contract bij een obscure Zuid-Franse of Oezbeekse club te weigeren. Aangezien er een Sporza-app bestaat: gelieve deze o zo dringende “net binnen”-sportberichten te verwijzen naar de Sporza-app. De beursresultaten worden toch ook niet op de VRT-app gedumpt (en gelukkig maar).

(… hier kwamen nog wat opmerkingen …)

Voor de rest blijf ik een fan van de VRT.

In de marge van mijn lofzang op de VRT moet ik wél vaststellen dat de verrechtsing én besparingen de laatste jaren duidelijk tot een verminderd aanbod leiden, dat zelfs mij niet onberoerd laat. Ik zal ooit nog wel eens klagen over de massa’s reclame, de speaker-loze kettingprogramma’s van duidingloze muziekjes. Voorlopig vallen de nog overblijvende speakers nog mee, maar ik vrees de dag dat ook dáár zal op worden “ingegrepen”. Hou vol en durf vasthouden aan kwaliteit!